
We zijn alweer bijna een week thuis. De caravan is weggebracht naar de dealer. Die gaat de gasleidingen repareren en een nieuwe zijkant erop zetten (dat was de schade van dit voorjaar, je weet nog wel, tegen dat paaltje op de hoek van ons huis).
Wij overwinteren in Nederland. Heerlijk een paar maanden op één plaats blijven en een poos geen sla of courgette eten, maar spruitjes, stamppot of erwtensoep. En genieten van de winterse feestdagen en het weerzien van familie en vrienden.
We hebben een hele mooie reis gemaakt en hebben veel van Spanje gezien. Onze indruk is dat Spanje een droog en dor land is. Er zijn weinig bomen, laat staan bossen. Er zijn prachtige zandstranden maar daar zijn ook vreselijk grote, onpersoonlijke campings. De natuur is fascinerend, juist vanwege dat kale en weidse en we hebben er nog lang niet alles gezien. We denken erover om er volgend jaar weer te gaan kijken.
Dit was de eerste reis dat we een Reismee blog maakten. Het was nog leuker dan we dachten. Het maken op zich was leuk want ik kon mijn schrijflust botvieren en had de mogelijkheid jullie te vertellen wat ik zag en hoorde, maar het was vooral hartverwarmend door jullie reakties.
Bedankt voor het meereizen en hopelijk tot de volgende reis.
Inzicht van de week: reizen, we zijn er weg van.
Met warme groeten,
Corrie en Albert.
Deze blog is weer in dagboekstijl:
Maandag 1 november.
Vanmorgen namen we afscheid van onze kampeerburen en verlieten met een droef hart camping Ribamar in Alcossebre. De zon scheen, de lucht was blauw, de zee ruiste. Maar onderweg veranderde het weer. Het begon hard te waaien maar na zo'n honderd kilometer stopte dat opeens. De strook kust die we volgden blijkt een stormgevoelig gebied te zijn. Ter hoogte van Tarragona betrok de lucht maar het bleef droog. Na de Spaanse grens begon het weer flink te waaien. Ook deze strook Franse kust (bij Perpignan en Narbonne) staat bekend om zijn stormen. We zijn nu op camping La Nautique bij Narbonne en het stormt flink. Windkracht: zo'n honderd kilometer per uur met windstoten van kracht 7.
Dinsdag 2 november.
Het stormt nog steeds. Vandaag een bezoek gebracht aan Narbonne. Een kleine stad met een oud centrum en dat houdt in: kronkelstraatjes, een kathedraal en veel kleine winkels. We lunchten zeer Frans in een overdekte markthal, Les Halles. In deze hal waren worst-, vlees-, kaas- brood-, olijven- en groentekramen en een aantal barretjes. Aan één van die barretjes lunchten we. De barman haalde het vlees bij zijn buurman de slager, ik kon aanwijzen wat ik wilde hebben. De frieten waren vers gesneden van ongeschilde aardappels en Frans slap gebakken. Dit was een hele goede Franse ervaring.
Vanaf de rand van de camping hadden we uitzicht over een baai waar flamingo' s pootjebaden. In het gras gleed een meters lange slang vlak voor onze voeten weg. De wind is gaan liggen.
Woensdag 3 november.
We besloten vandaag een flink stuk naar het noorden te rijden, naar een camping bij Vignoles in de buurt van Beaune. Dat was 554 km. Ten noorden van Narbonne kleuren de wijngaarden van de Languedoc oranje, geel, goud en groen. Noordelijker, in de Bourgogne, zijn de wijngaarden vrijwel uitgekleurd, maar staan de bossen in herfstvuur en -vlam.
Het licht is hier noordelijker anders, het heldere is weg. Nu weet ik weer wat sinterklaasgrijs is: het grijs van de novembernamiddag waarin neon- en etalagelichten gedempt worden en de mensen zich huiswaarts haasten.
Donderdag 4 november.
De camping in Vignoles is zo'n 500 meter van de snelweg, dus die weg is zichtbaar en hoorbaar. We hebben nu een goed idee wat het is om een snelweg voor de deur te hebben.
Toch besloten we om een dag te blijven staan. Het weer is zacht en de omgeving is mooi vanwege de vele bomen in herfstkleur. Het stadje Beaune bezocht. Ook een oud stadje zoals Narbonne.
Vrijdag 5 november.
Hoe noordelijker we komen, hoe kaler de bomen. Wel zien we hier en daar nog wat geel en oranje maar de meeste bladeren zijn geland. Onderweg bij een boulangerie nog één keer pain-au-chocolat gekocht. En een Franse plat du jour gegeten in een restaurantje waar het halve dorp zat te lunchen. We hebben vandaag 396 km gereden en overnachten op een camping in Arlon, België. Misschien komen we morgen naar huis, misschien blijven we nog een dagje staan. Dat zien we morgen dan wel weer.
Ervaring van de week: Herfst: je kunt door de bomen het bos weer zien.
Tot ziens allemaal.
Corrie en Albert.
Camping Ribamar, Alcossebre 31 oktober 2010.
Het is dagelijks rond de 20 gr. C., er staat een zwak briesje, ik hoor de zee bruisen en op de rotskust slaan. De camping is nog steeds rustig en schoon, we ontmoeten aardige en interessante mensen. De mengelmoes van Nederlanders, Duitsers en Engelsen wordt gekruid met Zweden en Denen. Ik wil niet weg en toch gaan we.
De afgelopen elf dagen hebben we een rustige tijd gehad. Wat langs de kust gewandeld, naar het dorp Alcossebre gewandeld, een berg beklommen met de auto (hellinkjes van 20%), gelezen, Jeroen in Australië via Bolcom een cadeau gestuurd vanwege de nieuwe boreling Lucas, hele grote weekmarkten bezocht waar we superlekkere meloenen kochten, enne...., gelummeld en veel geslapen.
Maandag vertrekken we richting Narbonne in Zuid-Frankrijk. Als het weer daar goed is blijven we er een paar dagen hangen. We denken uiterlijk maandag 8 november thuis te zijn, mits de Fransen niet weer gaan staken.
Inzicht van de week: ook het zalig nietsdoen heeft een beperkte houdbaarheid.
Tot de volgende blog,
Groetjes,
Corrie en Albert.
Waar rook is, daar is ................. tja ... astma.
Ons laatste blog verstuurden we vanaf de camping in Vall de Laguar. Daar zijn we zes dagen gebleven. Het is een prettige camping in de heuvels (zo'n twintig kilometer van de kust) met een fantastisch uitzicht over de vallei met sinaasappelplantages en de blauwe Middellandse zee. Het ligt vijf minuten lopen van het dorpje Campell met een goede bakker en een uitstekende slager.
Vorig jaar hebben we er drie weken gestaan en zijn weggegaan omdat Albert het erg benauwd had. Toen zijn we richting Nederland gereden maar, zoals de meesten wel zullen weten, heeft Albert in Frankrijk vijf dagen in het ziekenhuis gelegen.
We hebben nu wat in de omgeving rondgetoerd, een grote week- en rommelmarkt bezocht, naar flamingo´s in een waterrijk nationaal parkje gezocht maar niet gevonden, gebraden kip gegeten op een terrasje en in een Chinese bazaar (Asia Mercado) een elektrische pizza/paellapan gekocht. We toerden die dagen samen met een oost-brabants stel en dat waren hele plezierige dagen.
Maar Albert kreeg steeds minder lucht. Zouden het toch de platanen op de camping zijn? En toen begon het weer te stinken. Een sinaasappelplantageboer verbrandde zijn (huis)vuil met veel dikke rook terwijl de wind richting camping kwam. En dat stinkt vreselijk. We hadden het al meer geroken maar er geen aandacht aan besteed. Vorig jaar werden er ook regelmatig vuurtjes gestookt, dus nu denken we dat het zeer waarschijnlijk deze stinkende rookvuurtjes zijn waar Albert longproblemen van krijgt. De campingeigenaar vertelde dat iedereen vuurtjes mag stoken in de herfst- en wintermaanden als de kans op bosbrand voorbij is. Dus besloten we te vertrekken.
Het is gelukt: zonder schade door het dorp Campell.
Op donderdag 21 oktober vertrokken we vanwege de bovenvermelde vuurtjes. Vóór vertrek liep ik naar het dorp Campell om een voorraadje brood, vlees en worst te kopen. Om tien uur koppelden we de caravan aan de auto. Het duurde een kwartier om van de camping af te komen. De campinglaantjes hadden wel een normale afmeting, maar men had allerlei struiken en paaltjes in de weg gezet. En het duurde een half uur om door het dorp Campell te komen. Bij de bocht naar rechts is links een stenen muur en rechts in de bocht stonden auto's geparkeerd. Albert manoeuvreerde er handig langs, dacht de auto's voorbij te zijn...... tot een langswandelende man riep dat hij bijna tegen een geparkeerde zwarte auto aanzat. Dat scheelde maar een millimeter. Ik stapte uit om van buitenaf aanwijzingen te geven en kreeg daarbij hulp van drie mannen. In het Spaans. En een vrouw stond wat te roepen. Albert werd er tureluurs van. Hij stak terug om meer ruimte langs de zwarte auto te krijgen, dat lukte, maar toen hij weer vooruit reed, kwam de caravan bijna tegen de muur te staan. "Kom maar, kom maar", riep een van de mannen. "Niet doen", riep ik, "dat haal je niet". Albert stopte op een millimeter van de muur. De eigenaar van de zwarte auto kwam aansnellen en onder leiding van zijn vrouw (die eerder naar ons had staan roepen) inspecteerde hij zijn auto op krassen. Hij vond er één, maar onze hulpvaardige mannen lachten erom en riepen hem iets toe. De man stapte mopperend in en verplaatste de auto. Albert kon een stukje terugsteken, moeiteloos langs de muur rijden en de bocht naar rechts nemen, de smalle dorpsstraat in. En toen was er markt in Campell. De kleding- groente- worst- en klokkenkramen stonden netjes aan één kant van de weg waar de straat zich iets verbreed, de visboer had zich echter met zijn auto aan de andere kant opgesteld. En daar kwamen wij aan. De visboer had het druk met verkopen, een klant reed snel haar auto uit de bedreigde zone, Albert reed om de viswagen heen en toen stonden er alleen nog spullen van de kledingkraam in de weg. Maar de Spanjaarden zijn behulpzaam - die kunnen erg goed manoeuvreren met hun auto's, hebben er veel ervaring mee - en de klanten hielpen de spullen naar het trottoir te brengen. Nu nog langs het kerkpleintje maar daar was het verbazingwekkend leeg, dus Albert kon moeiteloos de scherpe bocht naar links nemen. En daar gingen we, terug naar de kust voor schone lucht.
Lucht aan zee
We zijn nu op camping Ribamar in Alcossebre, een schone en rustige camping. Een bijzonderheid is de hondendouche. Dat is een reden waarom hier zoveel kampeerders met honden zijn. Die kom je op elke camping tegen, zo´n vijf honden op de tien kampeerders, maar hier is dat acht op de tien. En allemaal van die kleine beestjes, meer kat dan hond, campinghonden noem ik ze. Het is drie minuten lopen naar de rotskust, ik vind het heerlijk om zo nu en dan naar de zee te lopen en over de blauwe vlakte te turen. Zoveel ruimte. Op de camping horen we de zee ruisen en klotsen op de rotsen. Albert heeft vandaag wat meer lucht.
Spreekwoord van de week:
No todo el monte es orégano (niet de hele berg is van oregano)
Warme groeten,
Corrie en Albert
Deze Reismee blog heb ik in dagboekstijl gemaakt:
Zaterdag 9 oktober 2010.
Dit is het gebied Las Alpujarras, bergachtig en evenals het westelijk deel van Andalusië bekend om de witte dorpen.
Ik heb me toch weer laten verleiden een toeristisch wit dorp te bezoeken in plaats van naar dorpen te gaan die niet in de reisgids staan. Ik weet van te voren dat het niets is, maar omdat mijn reisgids vertelde dat het dorp wel toeristisch is maar toch erg mooi gelegen, was ik er nieuwsgierig naar geworden. De reisgids had gelijk, van afstand was het heel mooi gelegen èn het was vol souvenirwinkels en touringcars vol senioren. Wel hebben we daar op het marktpleintje een prima tortilla gegeten. Het meest opmerkelijke in het dorp was een ‘speeltuin' voor senioren: vrolijk gekleurde fitnessapparaten om het lijf op een prettige manier soepel te houden. De mensen die er mee bezig waren hadden er echt plezier in.
Na de lunch reden we naar een dorp waarvan de reisgids vermeldt dat het authentieker is. En dat was het. Gewoon een dorp waarin gewoon wordt geleefd in oude maar goed onderhouden huizen aan witte kronkelstraatjes en wat een bezoek waard is omdat het zo oud is en een eigen bouwstijl heeft: vierkante woningen met mooie balkons, een bouwstijl die nog stamt uit de Moorse tijd en dat is lang geleden.
(Let op, die Moorse tijd daar krijgen jullie nog meer mee te maken in dit blog.)
We zijn nu een week op camping Puerta de la Alpujarra. Hebben wat rondgetoerd en een aantal keren boodschappen gedaan in het bergplaatsje Orgiva. En druk plaatsje met veel kleine supermarktjes en waar, volgens mijn reisgids, Engelse NewAge hippies rondlopen. Ik vond zelf dat er ook jaren zestig/zeventig hippies bij waren gezien hun leeftijd, hun kleding en de manier waarop ze een sjekkie rollen. Het was een mengeling van oude en nieuwe hippies, waarvan veel nieuwe een kind op de heup meesjouwden of in een wandelwagentje voortduwden.
Maandag 11 oktober
Sinds gisteren zijn we op een camping bij het dorp Beas de Granada, ongeveer twintig kilometer van de stad Granada. Vanmorgen dachten we een toertocht in de Sierra Nevada te gaan maken en we namen na het dorp een weggetje dat niet op de kaart staat maar door de campingreceptionist was aangeraden. Na vijf kilometer stonden we bovenaan een zeer steile helling. Zo steil dat Ab de auto keerde want hij durfde niet verder omdat we niet wisten hoeveel steile stijgingen en dalingen er nog zouden komen. Terug in het dorp hebben we in een bar koffie gedronken, wat op het marktplein rondgehangen en daarna op de camping verder gelummeld.
's Avonds hebben we in het restaurant van de camping prima gegeten. We maakten kennis met een Duits stel uit het Zwarte Woud. De man was bakker geweest en zijn specialiteit was schwartzwalderkirchtorte. Zij nodigden ons uit om eind december naar het Zwarte Woud te komen.
Dinsdag 12 oktober
Vandaag hebben we het Alhambra in Granada bezocht. We hadden meer van Granada willen zien maar dat is niet gelukt en dat kwam zo:
Toen we op zondag op de camping in de buurt van Granada aankwamen, boekten we bij de receptie twee kaartjes voor het Alhambra. Het Alhambra is een vestingstad gebouwd op een rots boven Granada. Het is omgeven door hoge muren. Je vindt er paleizen, baden, een moskee, een fort en tuinen. Vanaf ongeveer het jaar 756 verspreidde de Arabische (of Moorse) beschaving zich in Spanje. Oorspronkelijk leefde de Arabische bevolking op de heuvel ernaast, in Albaicin, een soort medina. Ergens in 1200 besloot de eerste koning van de dynastie der Nasriden te verhuizen en liet een paleis bouwen dat tot in de 14e eeuw voortdurend werd uitgebreid. Alle belangrijke gebouwen dateren dus uit de middeleeuwen. Men mag de paleizen in het Alhambra alleen bezoeken met van te voren gereserveerde kaartjes waarmee je alleen op de daarop aangegeven tijd naar binnen mag.
Er waren nog twee kaartjes voor dinsdag om 16.00 uur en omdat we gehoord hadden dat het er dan minder druk is dan 's morgens, gingen we er mee akkoord. Die tickets moest ik op de dag van het bezoek uiterlijk 15.00 bij de ticketoffice bij het Alhambra ophalen.
Op maandag attendeerde de receptionist mij erop dat dinsdag 12 oktober een officiële feestdag is in Spanje (men herdenkt dan dat in 1492 de laatste Moren zijn verdreven en Spanje is ontstaan) en de bus dan zondagsdienst rijdt. Dat betekende dat we niet eerder dan 13.30 uur naar Granada konden gaan en om 14.00 uur de laatste bus terug moesten nemen. Tja, daar hadden we niets aan. De receptionist bood aan om ons om 18.00 uur bij het Alhambra op te halen. Dat vonden we een goede oplossing.
Vanmiddag stonden we ruim vóór half twee voor de ingang van de camping op de bus te wachten. Die kwam niet. Maar we hebben de ervaring dat het busvervoer in zuidelijke landen niet op tijd is, dus we wachtten tot tien voor twee. De bus kwam niet. Aan de receptionist (een andere dan gisteren) gevraagd of er wel een bus reed. Hij belde met de busmaatschappij en hoorde dat de bus vaststond in de processie die in een naburig dorp werd gehouden. Geen bus vandaag, meldden ze. De receptionist haalde zijn chef erbij, dat bleek de receptionist van gisteren te zijn. Wat nu? Hij kon ons naar een ander naburig dorp brengen, vandaar ging elk half uur een bus naar Granada. In Granada moesten we dan een bus nemen naar het Alhambra. "Maar", zei ik, "dan zijn we niet om drie uur bij het Alhambra en ik moet uiterlijk om drie uur de tickets ophalen". O ja, dat was waar. Een ander personeelslid van de camping heeft ons toen met zijn auto naar Granada gebracht en, let op, hij nam een binnenweg en dat was die steile weg die we gisteren niet durven af te dalen. Dat was een prachtige route met steile hellinkjes en dalingen. De man zette ons dicht bij het Alhambra af en na wat gezoek bij de vele ticketoffices - het leek wel een vliegveld -, kregen we om één minuut voor drie onze tickets. En het was het waard. De paleizen hebben prachtig in Moorse stijl bewerkte plafonds, pilaren en patio's. Dit waren echt paleizen, gebouwen van schoonheid. De rest van het Alhambra vond ik minder indrukwekkend. Vanaf de muren en torens van het fort hadden we een prachtig zicht op Granada, we keken uit over het oude stadsdeel Albaicin en zagen de kathedraal in de verte. Op deze manier heb ik voldoende van Granada gezien.
We waren net terug uit Granada toen ik op de camping een man hoorde zingen. Het geluid kwam uit het restaurant en ik porde Albert op om er naartoe te gaan. En jawel, in het restaurant speelde een man gitaar terwijl een andere zong. En wat een volume die man produceerde! Wat kon die man zingen! En wat kon die andere man gitaar spelen! En ook goed zingen maar met minder volume. Wat een schwung, wat een ritme. Dit is Spanje! Hier geniet ik van.
Vanmorgen pinde Albert geld bij een bank en toetste een verkeerde code in. Omdat hij bij een eerdere betaling al twee keer een foutieve code getoetste (hij dacht dat hij de credit-card gebruikte), kreeg hij geen geld. Hij belde de Rabobank in Steenbergen om de pas te deblokkeren. De betreffende persoon was er niet maar Albert zou vandaag nog teruggebeld worden.
Maar er is niet gebeld.
Woensdag 13 oktober
Om negen uur vertrokken we naar een camping in Las Negras in het Nationale Park Cabo de Gato. Een kaap met een woest en dor heuvelgebied. Van Granada rijden we richting Almeria. We doorkruisen een woest en dor heuvelgebied, kaal, één en al heuvel geen vlakte te zien. Dan daalt de weg sterk richting kust, we passeren het maanlandschap van geplooide, kale, grijze heuvels van het Nationale Park Desierto de Tabernas. Dichterbij Almeria begint de zee van plastic: uitgestrekte velden witte plastic kassen waarin smakeloze tomaten, aubergines en paprika's worden gekweekt. Kassen die niet meer gebruikt worden zijn kapot gewaaid, het plastic wuivend in de wind. Bij Almeria draait de weg naar het oosten. Ook hier nog kilometerslange velden plastic kassen. Albert merkt op dat hij nu wel genoeg woest en dor heuvelgebied heeft gezien en niet meer nieuwsgierig is naar het woeste en dorre gebied van de Cabo de Gata. We besluiten om verder te rijden naar een camping die ons door het Duitse stel uit het Zwarte Woud was aangeraden: een strandcamping ten zuiden van Cartagena. Bij aankomst reden we door een geopende slagboom de camping op en dat hadden we niet mogen doen. Drie Spanjaarden gebaarden en riepen dat we moesten keren maar dat kon niet op de smalle weg. En we maakten het erger door de camping op te wandelen om te kijken hoe de plaatsen er uit zien. De camping van ruim 300 plaatsen was aardig vol, er komen hier veel overwinteraars, campers en caravans stonden dicht op elkaar, het was een gefriemel van mensen en vervoermiddelen. Ik voelde me heel klein en ongelukkig. Terug bij de receptie werd ons nog eens verteld dat we ‘not correct' hadden gehandeld. Na drie keer uitleggen begreep men eindelijk dat we niet wilden blijven en vonden we een man van de receptie bereid over de camping voor ons uit te rijden om er weer van af te komen. Ik zocht snel in de campinggids naar een andere en kleinere camping. Dit werd camping Costa Blanca in El Campello. Op deze camping waren de plaatsen en toegangsweggetjes nog kleiner maar de receptioniste was vriendelijk. Alhoewel, op deze camping moesten we beiden onze paspoorten laten zien omdat dat van de politie moest vanwege de terroristische aanslagen in Madrid in 2007. Alle campings moesten dat doen, volgens de receptioniste, maar dit was voor ons de eerste keer. Je kunt begrijpen dat Albert hierover met haar in discussie ging maar zij kon ook niet anders dan haar opdrachten uitvoeren. Albert bleef echter van mening dat niet iedere toerist een terrorist hoeft te zijn. We deden er een half uur over om de caravan op een plek te krijgen. En daarna zaten we te relaxen klem tussen de caravan en auto in met uitzicht op een groene haag en vergat ik mijn camera op te laden.
De Rabobank heeft nog steeds niet teruggebeld.
Donderdag 14 oktober
El Campello. Vandaag zijn tot vreugde van het volk de Moren uit El Campello verdreven. Onder het donderende geluid van musketschoten en denderende operamuziek hebben de christenen het stadje El Campello heroverd op de Moren en het multiplex kasteel ingenomen. Met veel vlagvertoon en gevolgd door straatorkesten bliezen de Moren de aftocht en voeren terug naar Afrika. Iedereen was blij, behalve ik. De batterij van mijn camera was leeg en daardoor heb ik de prachtig geklede Moren en middeleeuwse christenen niet kunnen vastleggen.
Albert belde zelf de Rabobank maar, had nu iemand die wist wat klantvriendelijkheid is. Nadat Albert een kopie van zijn paspoort en pinpas had gefaxt met de fax van de camping, werd zijn pas gedeblokkeerd en konden we weer GELD PINNEN.
Vrijdag 15 oktober
Vandaag vertrokken we naar de camping in La Vall de Laguar.
We deden er een half uur over om de caravan van de camping te krijgen. Op een gegeven moment kwam er een nederlandse man helpen met duwen en trekken. Hij vond deze camping ook niets maar wist niet goed waar hij heen zou gaan. Ik vertelde hem dat wij op weg waren naar een camping in de bergen en dat vond hij interessant. Hij noteerde het adres en jawel, 's middags komt hij het terrein van camping La Vall de Laguar oprijden.
Op de weg van El Campello naar La Vall de Laguar kwamen we langs Benidorm. Ik had er over gelezen maar de hoogbouw was hoger dan ik gedacht had. En ik dacht dat ik in Spanje al hoogbouw had gezien, maar dat was niets vergeleken bij Benidorm. Dit leek op de skyline van New York.
Op camping Vall de Laguar herkenden ze ons nog, we hadden hier vorig jaar in maart drie weken gestaan.
Leermoment van de week: overwinteren in Spanje is niets voor ons.
TIP: bij het verhaal zie je een foto of vier. We sturen meestal meer foto's. Om die te zien klik op de tab FOTO en je ziet de hele serie.
Tot de volgende blog,
Corrie en Albert
?
Orgiva, 04.10.2010. Hoogte ongeveer 300 meter.
Zo'n twee weken geleden mailden we vanaf Hoyos del Espino in de Sierra de Gredos.
Vanaf die plaats reisden we naar Caceres wat ons door het noordelijk deel van Extremadura voerde. Ik noteerde onderweg het volgende:
Na El Barco de Avila gaat het landschap omlaag, binnen een uur zijn we van 1400 meter afgedaald naar zo'n 400 meter hoogte. De weg leidt door de Vallei de Jerte langs kersenboomplantages. In een supermarkt koop ik brood en een fles kersenlikeur. De stad Plasencia wordt omringd door olijfgaarden. Na Plasencia verdwijnen de olijfgaarden en verdelen de steen- en kurkeiken zich spaarzamer en spaarzamer over het dorre land waarna er een woest en kaal heuvellandschap overblijft, altitude zo'n 300 meter, boomloos. Het is als de grote stille heide maar dan met stenen en bremachtige struiken. De Spaanse prairie. Het dorre landschap strekt zich tot de horizon, in de verre verte twee witte verspreid liggende huizen, naast de snelweg een telecommast met een kerkje er naast, dan een brug over de brede en volle rivier de Taag, twee boerderijen waaromheen zwarte koeien en een grote stapel vierkante pakken hooi, een gloednieuw motel pal naast de snelweg. De windzak hangt slap, het is zo'n 30 gr. C., 12.20 uur.
De campings
We hebben in de afgelopen periode op verschillende campings gestaan. De camping bij het stadje Caceres had redelijke schaduwplaatsen, zag er kaal uit maar had een grote luxe: elke staanplaats had een privé douche en toilet. De camping bij Sevilla stond vol bomen en had veel paden waardoor het in het donker een mysterieuze sfeer had. Camping los Gazules bij het dorp Alcala de Los Gazules zag er rommelig uit doordat de staanplaatsen onverzorgd zijn en er kris-kras stacaravans staan. Die zijn van zowel inwoners van Gibraltar - die een vrijwel onverstaanbaar Engels spreken - als van Spanjaarden. De plaatsen hebben heel weinig schaduw door een gebrek aan bomen. Naast de camping is een oprijlaan naar twee huizen en daar scharrelen kippen en drie hanen, waggelen ganzen en kalkoenen en drentelt een paard vrij rond. In het weekend komen de Spanjaarden en Gibraltenaren. Dat geeft levendigheid. Ze eten met elkaar, de Spanjaarden met de Spanjaarden en de Gibraltenaren met de Gibraltenaren. Wat erg is zijn de kinderen. Ik moest een groep kinderen wegjagen die de ganzen en kippen met een stok achterna zaten en toen er een moeder op het toneel verscheen deed ze of ze me niet zag. Later had Albert problemen met kinderen. Ze openden de douchedeur (die geen slot heeft) pikten zijn kleren die over de deur hingen en smeten die door de sanitairruimte. Albert stormde er naakt en nat en zonder bril achteraan en schreeuwde boos tegen een vader, tot grote hilariteit van alle Spaanse mannen die er aanwezig waren. Nog iets naars van deze Spaanse camping: hondjes van de kampeerders lopen los rond en je moet overal bedacht zijn op hondenpoep.
De camping waar we op 3 oktober aankwamen is bij Orgiva in de Alpujarras. Het tegenovergestelde van de vorige camping. We staan in de schaduw van olijfbomen, er zijn geen Spaanse gasten, de camping ziet er keurig verzorgd uit, heeft veel grote plaatsen en er zijn maar enkele kampeerders. Lekker rustig.
Sight-seeing
We namen voor zowel Caceres als Sevilla een dag sight-seeing. Leuke plaatsen, veel oude gebouwen en straatjes. Maar als je Sevilla bezoekt kun je beter een pension in het oude stadsdeel nemen om 's avonds de tapasbarretjes af te kunnen gaan. Ik denk dat je dan meer van Sevilla voelt en ziet dan tijdens een bezoek overdag.
Het meest indrukwekkende in het oude stadje Caceres was een straatzanger met een geweldige stem en prachtig gitaarspel. De akoestiek op het plein was zo goed dat hij straten ver te horen was. Naast de camping in Caceres staat het voetbalstadion. Albert vond na veel zoeken een deurtje dat open stond en wurmde zich naar binnen, want hoe vaak krijg je als toerist nou de kans om in een Spaans stadion te spelen.
In de buurt van Alcala de los Gazules hebben we een aantal witte dorpen bezocht. Andalusie is bekend om zijn witte dorpen met kronkelstraatjes vol winkeltjes en barretjes en gebouwen met Moorse invloeden.
Alom zijn weiden met koeien en ibissen. Geen groene grazige weiden maar dorre, bruine, kale vlakten zonder water of schaduw. De ibissen zitten naast of bovenop een koe.
De temperatuur is wisselend. De ochtenden zijn aangenaam fris. Vanaf elf uur wordt het heet, 's middags is het ruim 30 gr. C. Het is rond 18.00 uur zo heet dat de vers gesneden witlof binnen vijf minuten bruin is. In de schaduw kan de wind soms onverwacht koel zijn. 's Nachts koelt het af tot zo'n 8 gr. C. Albert vatte helaas een flinke kou. Dit sloeg hem op zijn longen en daarom nam hij direct een prednisonkuurtje. Zodoende konden we toch nog naar onze Duitse vrienden die een paar dagen in Jerez de la Frontera zouden logeren.
Jerez is een mooie stad maar net iets te ver weg.
Dit verhaal is niet zo dramatisch als het lied van Drs. P. maar ook wij hebben de stad net niet gehaald. Op donderdag 30 september reisden we, zonder caravan, naar het hotel waar Gaby en Ralf zouden logeren. Dit hotel lag ver buiten Jerez. Gaby had daar voor ons een hotelkamer voor 1 nacht geboekt. Albert en ik verwachtten dat we 's avonds met z'n allen naar Jerez zouden gaan en daar wat bodega's en tapasbarretjes bezoeken en ons in het nachtleven van Jerez storten. Maar door een aantal misverstanden in onze afspraken met Gaby en Ralf, hebben wij de stad Jerez niet bereikt. Wij kwamen 's middags in het hotel aan terwijl Gaby en Ralf in de stad Jerez waren. Toen we eindelijk telefonisch contact hadden spraken we af dat we niet meer naar de stad zouden komen, maar dat wij in het hotel op hen zouden wachten. Dat was niet erg want het was buiten erg heet en op de kamer heerlijk koel, we wandelden wat langs de grote golfbaan en namen een drankje in de mooie bar. Het was een 5-sterren resort, bestaande uit een hotel, appartementen, villa's, een golfbaan, een kuuroord en een voetbalveld. Daarnaast stonden een aantal halfafgebouwde gebouwen waar niet aan werd gewerkt. Een supergroot en goedverzorgd complex.
Het bleek dat Gaby en Ralf samen met twee vrienden reisden: Elle en Meinhard. Ze hadden uit de stad eten meegebracht zoals kaas, een aantal soorten Spaanse ham, tortilla's, olijven, brood, vier flessen wijn etc. etc. wat we gezamenlijk in de tuin van onze villa hebben opgegeten. Heerlijk en relaxed. Vanaf de tuin zagen we het langzaam donker worden en in de verte de Spaanse hete zon warmrood achter Jerez ondergaan.
(Ja, wij hadden een villa en een tuin, de anderen een gewone hotelkamer. De villa had de grootte van een goede hotelkamer en de tuin moest gedeeld worden met de andere villabewoners, maar die waren er niet.)
De volgende ochtend hebben we gezamenlijk flink toegetast bij het uitgebreide ontbijtbuffet. Daarna hebben we nog wat over het complex gewandeld en zijn we aan het eind van de ochtend weer terug gereden naar de camping. Het was anders gegaan dan we verwacht hadden, maar het was wel erg gezellig met prettige en humorvolle mensen.
Zaterdag (2 oktober) was Albert's gezondheid aanmerkelijk verbeterd. Ook heeft hij nieuwe medicijnen kunnen kopen, medicijnen die in Nederland alleen op recept te verkrijgen zijn. Nu heeft hij weer een voorraad.
Reisimpressie op de route van Alcala de los Gazules naar Orgiva
Zo'n 30 kilometer ten zuidoosten van Alcala worden de heuvels hoger en groener. Langs de berm staan bloeiende oleanders. Het is ruig en redelijk kaal heuvelland, het lijkt alsof we op zo'n 1800 meter hoogte in de bergen zitten, maar we zitten op slechts 140 meter. In de verte verschijnt de kale en steile rots Gibraltar. Op de rots wonen apen, aan de voet er van Engelsen. Bij Algeciras koerst de snelweg naar het oosten langs de Middellandse zee. En dan begint het, eerst zie ik hier en daar een vakantiedorpje, dan verschijnen er tweetalige reclameborden en bij nadering van de steden zijn er massa's vakantiedorpen - waarvan enkele half afgebouwd- en getto's van (tweede) huizen van buitenlanders vrij dicht langs de snelweg. Dit is de snelweg langs Marbella, Fuengirola, Torremolinos en Malaga. Langs de kust hoogbouw, tussen de snelweg en de hoogbouw wonen de Spanjaarden. En de zee, de zee kabbelt voort en glimt in de middagzon. We passeren een outletcentrum, een complex met Spaanse gevels. Het lijkt op het outletcentrum Rosado bij Roosendaal, daar hebben de panden Hollandse gevels. In Italië zagen we eerder dit jaar hetzelfde maar dan met Italiaanse gevels. Na Malaga keert het dorre landschap terug, hier en daar verlelijkt met plastic kassen. Dan verlaten we eerst de kust en tien kilometer verder de snelweg en rijden over een kronkelige weg die zich langs de heuvels snijdt en langs diepe afgronden naar de camping in Orgiva.
Leermoment van onze tocht naar Jerez de la Frontera: je moet het ei niet pellen voor het gekookt is.
Tot de volgende blog,
Corrie en Albert
Hoyos del Espino, Sierra de Gredo, hoogte 1400 meter
21 september 2010
Gas, koken, eten
Mijn favoriete schrijver Terry Pratchett schrijft in één van zijn delen van de Schijfwereldreeks: ‘Eten doe je thuis, naar een restaurant ga je voor de ervaring'. Dat geldt ook voor Spanje. In restaurants serveert men het complete speenvarken - ja inderdaad, mèt kop met die kleine oortjes - en lamsvlees waar meer bot aan zit dan vlees. Wie zou het lekkere stukje vlees geserveerd krijgen, vraag ik me dan af. Het eten is òf vet, òf zout of allebei. We waren dan ook heel blij toen we afgelopen vrijdag (17 september) een elektrisch kookplaatje op de kop konden tikken bij een Bazar Chino in het stadje El Barco de Avila. Nu kan Albert weer zelf koken en eten we weer lekker. Daarin is hij qua groenten beperkt want in de winkeltjes en op de marktjes verkoopt men gele en gerimpelde groente en overrijp fruit. Al kijk je nog zo scherp toe dat men geen rotte tomaat in het zakje stopt, thuisgekomen blijkt er toch nog één in te zitten en dat is dan een goede score. Alleen de blikgroente ziet er goed uit. En de ijsbergsla, maar heb je ooit oude ijsbergsla gezien? Zelf koken kan zolang we een camping hebben met 10 Ampère en we de stekker van het kookplaatje in een tweede aansluiting van de camping kunnen pluggen. De meeste campings hebben 6 Ampère dus we zijn nog op zoek naar een campinggazbrandertje.
De camping
Dit is de eerste camping deze reis waar vogels om ons heen scharrelen: blauwe boomklevers, een zwerm vinken, een roodborst, vier Vlaamse gaaien (hoe zouden die in het Spaans heten?), grote zanglijsters en nog een paar onbekende vogeltjes. De grond rondom de caravan kleurt paars door het herfsttijloos.
Het weer is erg wisselend. Als de zon schijnt is het al gauw zo'n 25 gr.C., als ‘ie schuilt zakt het onder de 15. De nachten zijn koud, in de caravan zo tussen 6 en 10 graden. Eén nacht heeft het licht gevroren.
Activiteiten
Een uurtje op een paardenshow rondgekeken, vooral naar de mannen die er rondlopen. Rimpels in het voorhoofd, half toegeknepen turende ogen door verte en zon.
We hebben een prachtige wandeling gemaakt in de Sierra de Gredos. Toendralandschap, koude wind, 13 gr. C, dreigende regenwolken, prachtige vergezichten.
Morgen vertrekken we naar de stad Caceres in Extramadura.
Inzicht van de week
Grote misdaad loont:
Roof, moord en zeeroverij
Spanje/Inca's - Nederland/zilvervloot enz.
De daders worden nu nog als helden vereert: de Conquistadores / Piet Hein.
Groetjes,
Corrie en Albert
4e reisverhaal.
Gas
Het gas is nu bijna op, stiekum weggelekt. Albert heeft de leidingen zover als hij er bij kon met zeepsop ingesmeerd maar geen lek gevonden. Nu zijn we in alle dorpen waar we komen op zoek naar een elektrisch kookplaatje. Tot nog toe geen succes maar zo komen we wel in mooie, oude winkeltjes. En we worden door behulpzame winkeliers van de een naar de ander gestuurd. Voorlopig koken we in de magnetron, eten buiten de deur of kopen een vleespastei bij de bakker.
We zijn in Spanje
Van Louvie-Juzon in de Franse Pyreneeën reisden we via de tolweg naar Spanje. Deze doorkruist de Pyreneeën op het laagste punt, langs de Atlantische oceaan. We hadden ook dwars door de Pyreneeën kunnen gaan, maar Albert had genoeg van de bochten, hellingen en rotondes van de RN-wegen, dus kozen we voor de tolweg.
Onze eerste stop in Spanje was een camping in Itziar, bovenop een heuvel met uitzicht op de Atlantische oceaan. De dag daarop vertrokken we naar Riaza op de Spaanse Hoogvlakte.
De hoogvlakte
Vanaf Itziar worden de bergen wat lager. Ongeveer ten zuiden van de stad Burgos begint de Spaanse hoogvlakte. Op een hoogte variërend tussen 900 en 1500 meter biedt de hoogvlakte een wisselend desolaat landschap. Soms is het zo ver je kunt kijken golvend met uitgestrekte gemaaide geelbruine graanvelden, bruine zonnebloemen, hier en daar een groepje lage bomen, bergketen aan de einder. Het enige gebouw is een hotel-restaurant langs de snelweg. Dan is het weer bebost met enkele dorpjes, akkers en wijngaarden. Nadat het landschap zich verhoogd en de weg over de top van een heuvel gaat, strekt het landschap zich onafzienbaar voor ons uit. Het lijkt een grote vlakte, maar als de weg daalt blijkt deze vlakte stevig glooiend te zijn. Weer uitgestrekte kale graanvelden met verstrooide bomen, dan een bocht in de weg en plots is er een bos en ongecultiveerd keiig land in de plooi van twee heuvels. Witte bolle wolken varen hier niet aan de lucht maar zweven tussen hemel en aarde.
Riaza, hoogte: 1212 mtr.
We hebben drie nachten gekampeerd op een camping bij het dorp Riaza. Het was feest in Riaza, de hele week waren er festiviteiten. 's Morgens om 11.30 was er een half uur stierenrennen, 's avonds stierenvechten. Ik was heel nieuwsgierig naar het stierenrennen en heb erover gedacht om te gaan kijken. Het is typisch Spaans, het is cultuur. Wat maakt dat mensen dit doen? Maar ik hou niet van het pesten van dieren en voor mij valt stierenrennen daaronder. Ik ben dus toch maar niet wezen kijken. Albert was er helemaal niet nieuwsgierig naar. We hebben een avond door het dorp geslenterd. Er waren een paar terrasjes en het ronde plein in het centrum van het dorp was verbouwd tot een stierenvecht arena! Hoge rode metalen muren waren rondom het plein opgetrokken. In de piste lag zand en de tribunes waren hoog gebouwd. Ik hoop dat bijgaande foto's een goed beeld geven. Verder waren er drie kermiskramen - 1 schiettent en 2 gooitenten - en twee mobiele snackbars. Muziek kwam van een dweilband die carnavalsmuziek speelde alsmede het bekende lied Viva Espagna. We dronken wat op een terrasje en kregen er tapas bij. En de prijs? Voor drie pilsjes, een Sprite en de tapas totaal Euro 6,00. Viva Espagna.
We hebben hier twee andere dorpjes bezocht, Ayllon en Sepulveda. In Ayllon waren vijf winkels van Sinkels. In één van de winkels zag ik een bruine melkkoker type jaren vijftig staan. In die winkel kocht Albert een aansluiting voor op de tuinslang zodat deze zou passen op het watertappunt van de camping. De winkelier had naast de melkkoker en drie oranje pannen, truien, T-shirts en rollen stof in zijn winkel, geen tuingereedschap. Maar hij rommelde een kwartier in zijn magazijn en kwam terug met een kartonnen doos waar de gevraagde aansluiting in zat en ook nog een tuinslangsproeier. Nu kon Albert op de camping de auto en caravan wassen. In Sepulveda waren er voornamelijk bars, restaurants en bakkers. Bij één van de bakkers kochten we het lekkerste stokbrood dat ik ooit heb gegeten, de korst was bros en knapperig. De dorpen hebben kleine kerken met ooievaarsnesten op de torens. In Riaza was het gemiddeld 27 gr. C met koele nachten.
Hoyos del Espino, hoogte: 1420 mtr
Gisteren reisden we naar Hoyos del Espino in de Sierra de Gredos. De N110 snijdt zich door de Spaanse hoogvlakte. In de buurt van Segovia zijn geen graanvelden te zien. Hier lopen zwarte koeien en bruine paarden in de dorre weiden, strogeel tot wit. Het landschap is verdeeld door muurtjes en prikkeldraadafrasteringen. Ruig land. Na Segovia weer het desolate golvende land, nu een gele zee van gemaaide graanvelden die in de horizon opgaat. Hier en daar een verweerde boom. De N110 kruist een aantal keren een droge rivier, waaraan een groepje hoge bomen overleeft. Een enkel dorp langs de weg met de kerk op het hoogste punt. In the middle of nowhere een recent gebouwd huis te koop.
We zijn van plan om een week in Hoyos del Espino te blijven.
Bar, cafe
Op de huidige camping is een bar. Tijdens de voetbalwedstrijd Real Madrid-Ajax (elke bar in Spanje heeft een grote TV) bestelde Albert een glas bier. Dat werd geserveerd in een onderkoeld glas uit de diepvries. Het glas was zo koud dat de oppervlakte van het bier een ijslaagje vormde.
Vanmorgen dronken we een cafe solo en een cafe con leche decafeinato in een bar in een dorp. Aan de bar zaten twee Spanjaarden bier te drinken en tapa's te eten. Zij pulkten het zachte middelste uit een stukje stokbrood en gooiden dat op de grond, tussen de papiertjes en proppen servetjes die er al lagen. De vuilnisbak aan de zijkant van de bar had men blijkbaar niet nodig.
Reisdoel
Ons reisdoel is Andalusië en met name de stad Jerez de la Frontera. Daar zullen we onze Duitse vrienden Gaby und Ralf ontmoeten. Zij zijn daar de eerste week van oktober.
Ik heb Gaby in 1979 ontmoet tijdens een zomercursus Franse taal aan de universiteit van Lyon. We hebben jaren contact gehouden, Gaby is een paar keer in Nederland geweest en ik was aanwezig op de bruiloft van Gaby en Ralf. We verhuisden en verloren het contact. In 2006 vond ik Gaby's adres in een telefoonboek op internet. Sindsdien hebben Albert en ik een aantal keren een weekend bij hen doorgebracht. Toen we hen afgelopen juni bezochten, maakten we de afspraak om elkaar in oktober in Jerez te zien.
Gaby heeft vorig jaar een cursus Nederlands gedaan en volgt dus ook ons Reismee-blog.
Evaring van de week:
Spanjaarden doen hun best je te verstaan en zijn steeds bereid je te helpen.
Groetjes,
Corrie en Albert
Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.